De markt voor kruidenthee en -supplementen blijft zeer dynamisch in Frankrijk en Europa. Voor consumenten lijkt het vaak een eenvoudige en "natuurlijke" wereld. In werkelijkheid is het wettelijke kader echter veel complexer geworden, met Europese regelgeving, nationale controles en specifieke eisen afhankelijk van de plant, het extract, de dosering en zelfs de vorm van het product.
In 2026 bevestigen verschillende ontwikkelingen een fundamentele trend: als het gaat om kruidensupplementen en -infusies, is naleving niet langer alleen een kwestie van een mooie ingrediëntenlijst op het etiket. Tussen de status van nieuw voedingsmiddel, stoffen die onder toezicht staan, THC-limieten voor hennepbladeren en documentatievereisten hebben fabrikanten, online retailers en consumenten er allemaal belang bij te begrijpen wat er in de praktijk verandert.
Een gemeenschappelijk Europees kader, maar de implementatie ervan is nog steeds erg gefragmenteerd
Op Europees niveau worden voedingssupplementen gereguleerd door Richtlijn 2002/46/EC. Dit gemeenschappelijke kader vormt de wettelijke basis, maar heft niet alle verschillen tussen landen op. In de praktijk kan elke lidstaat zijn eigen controlemechanismen handhaven, met name via procedures voor kennisgeving voorafgaand aan de marktintroductie.
Deze situatie zorgt voor een nogal gefragmenteerd landschap voor plantaardige producten. Dezelfde formule wordt in het ene land gemakkelijker geaccepteerd en in een ander land aan meer kritische blikken onderworpen. Dit geldt met name wanneer het product geconcentreerde botanische extracten, gevoelige claims of ingrediënten bevat die nauw verwant zijn aan medicinale planten.
Voor merken en online retailers betekent dit dat een product dat in één lidstaat voldoet, niet automatisch overal in Europa 'plug-and-play' is. Lokale regelgeving, nationale lijsten, wettelijke vereisten en beschikbare documentatie moeten worden gecontroleerd. Voor kopers verklaart deze complexiteit ook waarom twee ogenschijnlijk vergelijkbare producten verschillende waarschuwingen of gebruiksaanwijzingen kunnen hebben, afhankelijk van het land van verkoop.
Waarom worden planten niet op dezelfde manier behandeld als gewone vitamines?
Plantaardige producten nemen een unieke positie in binnen de Europese levensmiddelenwetgeving. In tegenstelling tot vitaminen en mineralen, die profiteren van een meer geharmoniseerd kader, roepen plantaardige producten en preparaten veel meer uiteenlopende veiligheidsrisico's op. Een blad, een wortel of een hydroalcoholisch extract heeft niet hetzelfde risicoprofiel, afhankelijk van de concentratie, het gebruikte plantendeel en de geconsumeerde hoeveelheid.
De EFSA wijst er ook op dat planten vaak in geconcentreerde vormen worden verkocht: capsules, poeders, vloeistoffen of gestandaardiseerde extracten. Deze concentratie verandert de situatie ten opzichte van het traditionele gebruik als kruidenthee. Een plant die van oudsher als een lichte infusie werd geconsumeerd, is niet automatisch gelijk aan een sterk geconcentreerd extract in een voedingssupplement.
Nog een belangrijk punt: afhankelijk van het beoogde gebruik en de nationale wetgeving kan een plantaardige stof onder de levensmiddelenwetgeving of de farmaceutische wetgeving vallen. Dit onderscheid is cruciaal. Een producent kan een product daarom niet zomaar als "natuurlijk" of "plantaardig" bestempelen en het vervolgens zonder problemen op de markt brengen. Wettelijke classificatie blijft vanaf het begin van het product essentieel.
Artikel 8 en gecontroleerde plantaardige stoffen
Verordening (EG) nr. 1925/2006 biedt de Europese Commissie een belangrijk instrument: artikel 8. Dit mechanisme stelt haar in staat om stoffen die aan levensmiddelen worden toegevoegd te beperken, te controleren of te verbieden wanneer het risico voor de consument dit rechtvaardigt. Botanische producten vallen daarom niet buiten het Europese blikveld; integendeel.
In de praktijk zijn verschillende plantenextracten al aan beperkingen onderworpen. Dit geldt onder andere voor efedrine, yohimbe, bepaalde aloë vera-bladpreparaten die hydroxyanthraceenderivaten bevatten, en groene thee-extracten rijk aan EGCG. Voor laatstgenoemde geldt een limiet van 800 mg per dag, samen met specifieke etiketteringsvoorschriften.
Het praktische gevolg is direct merkbaar: het etiket moet soms waarschuwingen over de dosering, gebruiksbeperkingen en duidelijk zichtbare veiligheidsinformatie bevatten. Voor fabrikanten vereist dit nauwkeurige berekeningen van de dagelijkse dosis. Voor consumenten dient het als een herinnering dat een populair plantaardig ingrediënt niet automatisch risicovrij is, vooral niet in geconcentreerde vorm of bij dagelijkse consumptie.
Het dossier over botanische geneesmiddelen blijft zich ontwikkelen bij EFSA
De regels met betrekking tot planten staan niet vast. EFSA heeft in haar werkprogramma 2025-2027 een herziening aangekondigd van haar richtlijn uit 2009 over de veiligheidsbeoordeling van plantaardige stoffen en plantaardige preparaten die in voedingssupplementen worden gebruikt. Voorbereidende werkzaamheden zijn gepland vanaf 2026, wat erop wijst dat het wetenschappelijke kader verder zal worden verfijnd.
EFSA actualiseert ook haar Compendium van Botanische Geneesmiddelen, dat dient als werkreferentie voor veiligheidsbeoordelingen. Het is een zeer nuttig hulpmiddel voor het identificeren van stoffen of preparaten die mogelijk zorgwekkende verbindingen bevatten. Het heeft echter een belangrijke beperking: het omvat niet automatisch synergieën of antagonismen tussen verschillende soorten, preparaten en stoffen.
Met andere woorden, men kan niet zomaar de veiligheid van een complex mengsel concluderen, alleen omdat elke plant "bekend" is. Dit is een cruciaal punt voor moderne formuleringen die verschillende extracten combineren, soms met cannabinoïden, terpenen of andere functionele ingrediënten. In deze context worden wettelijke en analytische voorzichtigheid een absolute professionele vereiste.
Hennepinfusies: de belangrijkste Europese innovatie van 2026
De meest concrete verandering voor de sector in 2026 betreft hennepbladeren bestemd voor infusies. Verordening (EU) 2026/1828 van 28 juli 2026 wijzigt Verordening (EU) 2023/915 en stelt maximale THC-gehaltes vast voor hennepbladeren die worden gebruikt voor infusies in water, evenals voor kant-en-klare infusies gemaakt van hennepbladeren.
Deze tekst biedt ook een langverwachte verduidelijking: waterige infusies van hennepbladeren, die puur of in kruidenthee worden geconsumeerd, worden niet beschouwd als nieuwe voedingsmiddelen volgens de relevante regelgeving. Dit is een belangrijke verduidelijking, omdat het een deel van de juridische onzekerheid rond deze productcategorie wegneemt, terwijl het doel om de volksgezondheid te beschermen door middel van THC-drempelwaarden behouden blijft.
In de praktijk verandert dit veel voor producenten. Producten zoals "hennepinfusies" moeten nu worden samengesteld, getest en geëtiketteerd met extra aandacht voor THC en THCA. Het is niet langer voldoende om alleen te praten over hennep voor welzijn of over het smaakprofiel: er moet ook worden aangetoond dat het product voldoet aan de geldende limieten, inclusief of het in droge of kant-en-klare vorm is.
De status van nieuwe voedingsmiddelen blijft een cruciaal controlepunt
De status van nieuw voedingsmiddel blijft een belangrijk vraagstuk voor plantaardige producten en hun extracten. De Europese Commissie wijst erop dat een product als niet-nieuw kan worden beschouwd als het historische gebruik ervan kan worden aangetoond, maar dit hangt af van het specifieke geval, de matrix en de consumptiemethode. Dezelfde plant kan daarom verschillend worden behandeld, afhankelijk van of deze wordt geconsumeerd als een traditionele infusie, als een geïsoleerd extract of in een innovatieve bereiding.
Het geval van cannabidiol illustreert deze voorzichtigheid duidelijk. In maart 2026 beëindigde de Commissie een autorisatieprocedure voor cannabidiololie als nieuw voedingsmiddel, zonder de EU-lijst in dit stadium bij te werken. Dit betekent niet dat alle CBD- volledig verboden zijn, maar het bevestigt wel de noodzaak van een zeer nauwkeurige analyse van de vorm van het product, de gebruiksgeschiedenis en de wettelijke basis.
Voor professionals is de les duidelijk: elk ingrediënt, elk extract en elke matrix moet grondig worden gecontroleerd voordat het op de markt wordt gebracht. Een infusie, een olie, een capsule of een kant-en-klaar drankje roepen niet per se dezelfde vragen op. In de wereld van hennep, net als bij andere planten, mag de wettelijke status nooit als vanzelfsprekend worden beschouwd; deze moet worden gedocumenteerd.
Etikettering, controle en traceerbaarheid: de concrete gevolgen voor merken
De praktische gevolgen van de nieuwe Europese regelgeving zijn allereerst zichtbaar op het etiket. Afhankelijk van de gebruikte plant of het extract kan het nodig zijn om een maximale dagelijkse dosis, specifieke waarschuwingen, beperkingen voor bepaalde categorieën mensen of meer gedetailleerde gebruiksaanwijzingen aan te geven. Het model dat is toegepast op EGCG in groene thee-extracten illustreert duidelijk de richting die de regelgevende instantie inslaat.
Vervolgens wordt de traceerbaarheid van documenten cruciaal. Importeurs, fabrikanten en online retailers moeten de oorsprong van grondstoffen kunnen aantonen, analysecertificaten, testresultaten op verontreinigingen en toxines, de wettelijke status van ingrediënten en, indien van toepassing, nationale meldingen kunnen overleggen. Het werk van de Commissie met betrekking tot de import van voedingssupplementen via e-commerce laat zien dat handhaving en marktregulering prioriteit blijven hebben.
Voor een gerenommeerde online winkel betekent dit dat een goed kruidenproduct niet langer alleen wordt bepaald door de prijs of de verpakking. Volwassen consumenten zoeken steeds vaker naar producten die in een laboratorium zijn getest, duidelijk zijn geëtiketteerd en voldoen aan de Europese marktregelgeving. Deze trend is gunstig voor transparante bedrijven die de kwaliteit en legaliteit van hun producten kunnen aantonen, met name in gevoelige sectoren zoals hennep en van hennep afgeleide cannabinoïden.
Wat dit betekent voor consumenten in Frankrijk en Europa
Voor de consument is het eerste gevolg duidelijk: "natuurlijk" betekent niet automatisch dat het voldoet aan de regelgeving of veilig is. Een kruideninfusie, een supplement in capsulevorm of een vloeibaar extract moet worden beoordeeld op basis van de exacte samenstelling, dosering en wettelijke status. Een clean label voor plantaardige producten is een goed begin, maar biedt op zichzelf geen garantie.
Het tweede gevolg is positiever: de nieuwe regels stimuleren de markt richting meer transparantie. Wanneer een producent ethisch te werk gaat, met laboratoriumanalyses, traceerbare grondstoffen en een zorgvuldige samenstelling, profiteert de consument van een beter gereguleerd product. Dit is met name nuttig in snelgroeiende categorieën, zoals hennepinfusies, oliën of bepaalde geconcentreerde botanische extracten.
Tot slot is het belangrijk om te onthouden dat het kader nog steeds snel kan veranderen. Het voorbeeld van venkel in traditionele kruidengeneesmiddelen, of de aanstaande herzieningen van de EFSA-richtlijnen, laat zien dat regelgeving nauw aansluit op veiligheidsgegevens. Om verstandige aankopen te doen in 2026 en daarna, is het raadzaam te kiezen voor merken die hun controles, naleving van regelgeving en de rationale achter hun formuleringen duidelijk toelichten.
Uiteindelijk sluiten de nieuwe Europese regels de deur niet voor kruideninfusies en -supplementen. Ze leggen vooral een veel strengere aanpak op. Gezien de Richtlijn inzake voedingssupplementen, artikel 8 van Verordening 1925/2006, nieuwe voedingsmiddelen en de nieuwe limieten voor hennepbladeren voor infusies, moet elk product worden beoordeeld in de context van het daadwerkelijke gebruik.
Voor zowel professionals als consumenten is de beste aanpak nu dezelfde: controleer systematisch de status van elk ingrediënt, de geldende beperkingen, veiligheidsdrempels, etiketteringsvoorschriften en alle relevante nationale regelgeving. In een markt waar vertrouwen gebaseerd is op bewijs, wordt naleving van de regelgeving een ware kwaliteitsindicator en een essentieel criterium voor de keuze van betrouwbare, legale en goed gecontroleerde plantaardige producten.